Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home
  2. Adviezen
  3. Concept wetsvoorstel Deltawet

Concept wetsvoorstel Deltawet

Adviesaanvraag

Bij brief van 13 augustus jl. (kenmerk: VENW/DGW-2009/1000) heeft de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat de Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving (hierna: de Commissie) om advies gevraagd over een concept van een wetsvoorstel, getiteld: Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening (hierna: Deltawet).

Algemene opmerkingen

De Commissie merkt vooraf op dat zij waardering heeft voor de keuze om in de Deltawet aan te sluiten bij de bestaande wet- en regelgeving, met name de Waterwet. De Waterwet biedt immers vanaf 22 december 2009 (de beoogde datum van inwerkingtreding) het nieuwe wettelijke kader voor integraal watersysteembeheer. In het licht van de Waterwet kan een Deltawet – die naast een wijziging van de Wet Infrastructuurfonds een beperkt aantal bepalingen ter aanvullingen op de Waterwet bevat – beknopt zijn.

De Commissie is van oordeel dat op dit moment volstaan kan worden met een korte wet waarin de essentialia van het Deltaprogramma, de Deltaregisseur en het Deltafonds worden geregeld. Mede in verband met beginselen als 'duurzaamheid', 'solidariteit' en 'rechtvaardigheid' kan het echter in de toekomst nodig zijn om aanvullende regels te stellen.

De Commissie wijst met nadruk op de samenhang tussen de veiligheidsnormering, het Deltaprogramma, het Deltafonds en de rol die de Deltaregisseur in dit verband kan spelen. Deze vier 'onderdelen' zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en moeten steeds in onderlinge relatie tot elkaar worden bezien. Het onderwerp van de veiligheidsnormering wordt uitgewerkt onder het kopje: "Onderwerpen die (nog) niet in de Deltawet uitgewerkt worden". 

Onderwerpen die in de Deltawet uitgewerkt worden

(1) Deltaregisseur

De Commissie heeft zich gebogen over de vraag of het nodig is om voor de Deltaregisseur nieuwe wettelijke bevoegdheden te creëren. Het geheel van wetgeving overziend dat vanaf 2010 beschikbaar is voor de uitvoering van het Deltaprogramma (denk met name aan de Waterwet, de Wro en de Wabo), meent de Commissie dat de bestaande wetgeving voldoende bevoegdheden en instrumenten biedt om de doelstellingen van het Deltaprogramma te realiseren. 
De Commissie is van oordeel dat de Deltaregisseur alleen optimaal kan functioneren wanneer hij beschikt over bevoegdheden die via mandaat afgeleid zijn van bestaande bevoegdheden die door de wetgever aan Ministers zijn toegekend. In het ‘mandaatbesluit Deltaregisseur’ kunnen voorwaarden worden geformuleerd waaronder de Deltaregisseur zijn mandaat kan uitoefenen. Bij de voorbereiding van dit mandaatbesluit dient ook aandacht te zijn voor de verhouding tussen de Deltaregisseur en zijn ambtelijke omgeving. 
De Deltaregisseur regisseert de totstandkoming en de uitvoering van het Deltaprogramma, maar wel onder verantwoordelijkheid van de regering. Vanuit dat perspectief bezien is het volgens de Commissie ook denkbaar om de hier bedoelde functionaris aan te duiden als 'Regeringscommissaris voor het Deltaprogramma'.

(2) Deltaprogramma

Het is de Commissie niet duidelijk of en in hoeverre het voorkomen en waar nodig beperken van wateroverlast ook onder het bereik van de Deltawet valt. Naar het oordeel van de Commissie dient de Deltawet zich primair te richten op de waterveiligheid in de zin van het voorkomen van overstromingen door het falen van primaire waterkeringen (zie ook de definitie van 'primaire waterkering' in artikel 1.1 van de Waterwet). Bij de maatregelen gericht op het voorkomen en beperken van wateroverlast is overwegend sprake van regionale en lokale belangen van de decentrale overheden. Mocht het wel de bedoeling zijn om (bepaalde vormen van) wateroverlast mee te nemen in het Deltaprogramma, dan dient dat naar het oordeel van de Commissie expliciet vermeld te worden in artikel 4.9 van de Deltawet en ook in de memorie van toelichting verduidelijkt te worden.

De Commissie heeft op zich waardering voor het streven om de maatregelen uit het Deltaprogramma waar mogelijk integraal uit te werken. Dat wil zeggen dat actief wordt gezocht naar samenhang met doelen op andere beleidsterreinen, zoals natuur en ruimtelijke ordening (zie pagina 3 van de toelichting). De Commissie wijst er wel op dat dit streven naar integratie enige spanning oproept met het belang van een voortvarende uitvoering van de urgente opgave waar ons land voor staat. De Commissie bepleit in dit verband een onderscheid tussen het Deltaprogramma – waarbij het in de visie van de Commissie primair gaat om het voldoen aan geactualiseerde waterveiligheidsnormen binnen vastgestelde termijnen – én een breder 'waterprogramma' waarbij de waterveiligheid niet primair in het geding is en het mede daarom ook minder erg is wanneer enige temporisatie plaatsvindt. De Commissie meent dat de waterveiligheid in dit verband een prioritair belang moet zijn. 

(3) Deltafonds

De Commissie vraagt zich af of de periode van zeven jaar die blijkbaar nodig is voor een 'geleidelijke start' van het Deltafonds geen afbreuk doet aan de noodzaak van een voortvarende uitvoering van het Deltaprogramma. De financiering van het Deltaprogramma is immers van wezenlijk belang voor de realisatie van dat programma. Dit raakt de uitvoerbaarheid van de Deltawet. Zonder een vaste, stabiele en substantiële voeding van het Deltafonds – ook uit andere bronnen dan de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (zie artikel 7.16d, eerste lid, onder b, c en d) – dreigt het Deltaprogramma een symbolische nieuwe naam te worden voor datgene wat we toch al doen (waar we de budgetten reeds voor gereserveerd hebben).

Onderwerpen die (nog) niet in de Deltawet uitgewerkt worden

(1) Normering van waterveiligheid

De Commissie mist in de toelichting bij het wetsvoorstel Deltawet aandacht voor de veiligheidsnormering. Zowel met het oog op de bestaande waterveiligheidsnormen als met het oog op in de toekomst vast te stellen waterveiligheidsnormen is deze aandacht vereist.

De Commissie meent dat de eerste prioriteit zou moeten zijn om die waterkeringen aan te pakken waarvan we nu al weten dat ze niet voldoen aan de bestaande waterveiligheidsnormen (en dus helemaal niet voldoen aan de door de Commissie Veerman voorgestelde ‘factor 10 normering’). Dit vraagt om een fasering van het Deltaprogramma. Deze fasering roept echter direct het probleem op dat vanwege onbekendheid met toekomstige waterveiligheidsnormen op bepaalde locaties wellicht ‘te weinig’ wordt gedaan. Daar komt nog bij dat het bestuurlijk en maatschappelijk ongewenst en financieel ondoelmatig is om op één locatie twee keer in korte tijd een ingreep te ondernemen die moet bijdragen aan een betere veiligheid. Zowel in het beleid als in rechte is het geaccepteerd dat het bevoegd gezag in dit verband streeft naar doelmatigheid. Die doelmatigheid wordt mede bepaald door de beschikbare financiële middelen. Niettemin blijkt het in de beleidspraktijk allesbehalve vanzelfsprekend te zijn – en dus ook aanvechtbaar – dat het bevoegd gezag (bijvoorbeeld in het kader van een dijkversterkingsplan) uitgaat van hogere toekomstige veiligheidsnormen die verder gaan dan de geldende wettelijke normen.

In het licht van het voorgaande verdient het naar de mening van Commissie aanbeveling om de discussie over de waterveiligheidsnormering te versnellen. Het eerste Deltaprogramma zal in ieder geval duidelijkheid moeten bieden over hoe om te gaan met het spanningsveld tussen de geldende en de toekomstige waterveiligheidsnormen. Daarnaast verdient het aanbeveling om bij of krachtens de Waterwet te regelen dat de waterbeheerder rekening kan houden met toekomstige ontwikkelingen. 

(2) Decentrale overheden

Naar het oordeel van de Commissie wordt in de toelichting bij het onderhavige concept van de Deltawet te weinig aandacht besteed aan de positie van de decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen). Dat wekt ten onrechte de indruk dat (overwegend) sprake is van een rijksaangelegenheid, terwijl zowel bij het Deltaprogramma, als bij het Deltafonds én bij het functioneren van de Deltaregisseur actieve betrokkenheid van de decentrale overheden onontbeerlijk is.

De Commissie adviseert om de mogelijke bijdrage(n) die provincies, gemeenten en waterschappen op verschillende manieren kunnen geven aan het Deltaprogramma, het Deltafonds én ter ondersteuning van het werk van de Deltaregisseur expliciet in de memorie van toelichting te benoemen.

(3) Onderwerpen die nadere overdenking behoeven

De Commissie ziet dit voorstel voor een Deltawet als een noodzakelijke wettelijke verankering van het Deltaprogramma, de Deltaregisseur en het Deltafonds. Met deze wet kan de uitvoering van het Deltaprogramma van start gaan. Of daarmee voor de lange termijn ook voldoende geregeld is, is een andere vraag. Naar het oordeel van de Commissie zijn er nog onderwerpen die nadere overdenking behoeven en wellicht in de toekomst aanleiding kunnen zijn voor aanvullende regels. De Commissie denkt in dit verband bijvoorbeeld aan een onderwerp als strategische grondverwerving  en aan de mogelijke juridische consequenties van begrippen als 'duurzaamheid' en 'solidariteit tussen gebieden en generaties', waarover in de toelichting bij het wetsvoorstel gesproken wordt.

N.B.: het concept van het wetsvoorstel Deltawet wordt niet op de website van de CAW-gepubliceerd omdat dit concept nog vertrouwelijk is. Het wetsvoorstel zal t.z.t. door het departement (de Staatssecretaris) gepubliceerd worden.

Briefadvies (PDF-document, 536.44 Kb)