Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home
  2. Adviezen
  3. Invoeringswet Waterwet

Invoeringswet Waterwet

In haar briefadvies van 5 augustus 2008 noemt de Commissie twee punten die volgens haar in het voorontwerp van de Invoeringswet Waterwet (versie van 11 juli 2008) niet geheel duidelijk zijn. Deze punten betreffen de zogenaamde “gebiedsgerichte dimensie van de toedeling van het beheer” en de aansluitvergunning.

Volgens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel van de Invoeringswet brengen enkele voorgenomen wijzigingen “de gebiedsgerichte dimensie van de toedeling van het beheer beter tot uiting” (p. 9). De Commissie betwijfelt of met deze voorgenomen wijzigingen de relatie tussen de gemeentelijke zorgplicht voor het stedelijk waterbeheer en de beheertaken van de waterbeheerder in het algemeen duidelijker wordt. Deze onduidelijkheid is volgens de Commissie onwenselijk, bijvoorbeeld vanwege het belastinginstrument van het waterschap in stedelijk gebied en aansprakelijkheid voor waterschade. 

Het voorgestelde artikel 10.1a van de Waterwet roept bij de Commissie de vraag op of het instrument van de aansluitvergunning voor lozingen vanuit de riolering op de zuivering in de toekomst nu wel of niet mogelijk blijft. De Commissie gaat er van uit dat aansluitvergunningen ook onder het regime van de Waterwet nog steeds mogelijk zijn, maar constateert dat de memorie van toelichting bij de Invoeringswet de suggestie wekt dat dit niet langer het geval is omdat de Waterwet voorziet in een ‘dekkend systeem’ voor lozingen, aansluitend bij het uitputtende systeem van de Wvo (zie p. 12 van de toelichting). 

Op 18 september heeft het departement aangegeven dat – mede naar aanleiding van het CAW-advies - de in dit verband voorgestelde wijzigingen van artikel 1, 3.2 en 10.1a van de Waterwet, niet doorgaan. De bepalingen die aanleiding waren voor de door de Commissie geconstateerde onduidelijkheid zijn dus geschrapt.

Briefadvies (PDF-document, 87.35 Kb)
Adviesaanvraag (PDF-document, 36.10 Kb)