Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home
  2. Publicaties
  3. Voorontwerp wijziging Tracéwet

Voorontwerp wijziging Tracéwet

Op 2 november 2009 heeft de CAW haar advies over een voorontwerp tot wijziging van de Tracéwet aangeboden aan de minister van Verkeer en Waterstaat. Dit voorontwerp beoogt een structurele versnelling en verbetering van de besluitvorming voor projecten tot aanleg en wijziging van hoofdinfrastructuur.

Het voorontwerp roept bij de Commissie een aantal vragen en opmerkingen op. De Commissie maakt enkele algemene opmerkingen over de opzet van het voorontwerp, de beoogde versnelling van procedures en de relatie met andere wetten. De Commissie waardeert de algemene lijn van het voorontwerp in beginsel als positief. De opzet is helder: het begint met een startbeslissing en eindigt met een opleveringstoets; daartussenin zitten: een verkenning en een voorkeursbeslissing. Wat de beoogde versnelling betreft, merkt de Commissie op dat die gewenste versnelling niet alleen van de wet verwacht kan worden. Tevens vraagt de Commissie aandacht voor de relatie met de waterwetgeving.

Daarnaast gaat de Commissie in haar advies in op de volgende specifieke onderwerpen:
artikel 2 lid 2 van het voorontwerp, publieke participatie, uitsluiting van beroep op de administratieve rechter en de zogenaamde opleveringstoets. De Commissie adviseert onder meer om in de toelichting bij het wetsvoorstel meer duidelijkheid te geven over de inhoud en betekenis van de opleveringstoets.

De Commissie heeft om een aantal redenen ernstige twijfels over het uitsluiten van beroep voor de decentrale overheden. In de eerste plaats blijkt uit de jurisprudentie over tracébesluiten niet dat vertragingen veroorzaakt worden doordat decentrale overheden beroep instellen. In de tweede plaats valt het in de praktijk niet uit te sluiten dat een decentrale overheid een stichting of een burger inschakelt om zich in rechte tegen een tracébesluit te verzetten. In de derde plaats biedt de burgerlijke rechter aanvullende rechtsbescherming aan decentrale overheden. Met andere woorden: een decentrale overheid die echt iets (niet) wil, vindt wel een weg. Naar het oordeel van de Commissie berust het uitsluiten van beroep op de administratieve rechter voor decentrale overheden derhalve op onjuiste veronderstellingen. Bovendien kan deze uitsluiting een averechts effect hebben: eventuele civielrechtelijke acties van decentrale overheden zullen namelijk leiden tot veel meer vertraging.

Briefadvies (PDF-document, 344.55 Kb)